Spring naar de inhoud

Dat sommige van onze voorouders overleden “in den vreemde” weten we al sinds we de lotgevallen van de broers Henricus en Laurentius Laukens terug hebben kunnen reconstrueren.

Vele van onze voorouders waren “Teuten”, reizende kooplieden dus, die een groot deel van het jaar in het buitenland verbleven. Het hoeft dan ook niemand te verbazen dat een aantal van deze reizigers ook in het buitenland overleden. In het blad van de Vlaamse vereniging voor Familiekunde verscheen een aantal jaren geleden een overzicht van dergelijke sterfgevallen, vermeld in het overlijdensregister van  parochie van Sint-Martinus  in Overpelt. Ook daar vinden we enkele sterfgevallen met de naam Laukens terug, meer bepaald:

Lauckens Jan

Overleden ca init. juni 1697, overleden “extra patriam” 

In het kerkregister van Overpelt vindt men vaak overlijdens in het buitenland terug, hier bijvoorbeeld in 1697:
“circa initium may obijt extra patriam Hendricus Deckers E.S.M.” en
“circa initium junij extra patriam obijt Jan Laucken E.S.M. “
(” extremis [sacramentis] munitus” – van de laatste sacramenten voorzien).

en van

Laukens Henricus

Overleden circa begin april 1635, overleden “peregere”, juvenis filius Dionysil, ex peste

Het teutenberoep was niet zonder gevaar. In het overlijdensregister van Overpelt vinden we begin april 1635 dat Henricus Laukens, jonge zoon van Dionisius Laukens in den vreemde (peregre) is overleden aan de pest (ex peste).

Blijkbaar is deze laatste aan de pest, die in die jaren veel slachtoffers maakte, overleden