Den Prins Van Luyck

Onderstaande tekst van de hand van Mathieu Schuurmans is een artikel uit de "Grevenbroeker Echo's", tijdschrift van de Geschied- en Heemkundige kring "De Goede Stede Hamont" (nummer 43/2003). Zie ook Bronnen en Links. Wij plaatsen het met toestemming van de auteur.

 

 "Den Prins van Luyck" was een van de belangrijkste herbergen van Achel in de 17de en 18de eeuw. Via de Gichten van Grevenbroek en allerlei notariële akten is haar bewoningsgeschiedenis goed te volgen.

 
De ligging
 
Door de loop van de eeuwen vindt men allerhande beschrijvingen over de plaats waar deze herberg gelegen was.
·        In 1740 spreekt men over: “het groot huijs met den hof ende aengelag .met den liberen wegh naer de bockenstraet te gebruijcken reênten Hendrick Claes ter eendre ende de erfg. Peeter Mathijssen ter andere zijden”. Hieruit weten we dat de herberg kort bij de "Bockenstraet" lag. Deze straat krijgt later de naam van "Haringstraat" en heet nu Schutterijstraat.
·        In 1762 staat er  “in onderpant sijn huys en hof int dorp Achel gelegen, genoempt den prins van luyck, .reêngten Henricus Borghout erve ter eenre, en de straete der andre zeijde.”
·        In 1817 vinden we “huys, kamers, schuur, stal, brouwerij, ke­tel,…’de Boogerd’ in het centrum van Achel”. Hieruit blijkt dat de oude naam niet meer in gebruik is en vervangen door ‘Boogerd’
·        In de "Atlas van de Buurtwegen" vinden we op blad 15 onder nummer 230, 231 en 232 “huis en brouwerij” terug. Hier staat meteen ook het kadasternummer bij. Dit is C 223bis (huis en erf), C 223 (huis en erf) en C 222 (tuin),
Dank zij deze kadasternummers kunnen we "den Prins van Luyck" gemakkelijk plaatsen. Heden staat op deze plek de supermarkt Spar van de familie Govers.
 
De bewoningsgeschiedenis
De bewoningsgeschiedenis van “den Prins van Luyck” kunnen we ruw weg in twee delen indelen. De eerste periode wordt beheerst door de familie Laukens en strekt zich uit over de 16de, 17de en de eerste helft van de 18de eeuw. In de tweede periode is het de familie Theuwkens die de herberg in bezit hebben. Deze periode loopt van de tweede helft van de 18de eeuw tot op het einde van de 19de eeuw. Deze familie Theuwkens was verwant aan de familie Laukens.
 
1. De familie Lau(c)kens
Deze familie is één van de oudste families van Achel. Reeds in 1470 vinden we een eerste vermelding van hen, namelijk: Herman Laukens[1]. Het zijn zijn kleinkinderen die een aantal renten vestigen op hun panden in de jaren 1505, 1506, 1522 en 1526. In 1603 worden deze renten afgelost door hun kleinkind Jan en achterkleinkinderen (de kinderen van Hendrick). Blijkbaar zijn de originele Laukensgoederen nog altijd in hun bezit. Hieruit blijkt dat de goederen dan al reeds 6 generaties in handen van deze familie is.
Het is op het einde van de 16de eeuw dat de goederen verdeeld geraken. Op 1 januari 1585 sluiten de kinderen van Laurens Lauckens ( Hendrik, Jan en Jacop) een overeenkomst met elkaar[2]. Jan krijgt het huis en hof op voorwaarde dat hij aan de anderen 100 gulden geeft. De anderen behouden de rest van de goederen en pachten. Eigenaardig genoeg wordt in deze akte met geen woord gerept over de vierde zoon van Laurens Lauckens, nl. Frans. Deze komt wel voor in een volgende akte van 26 april 1595[3]. Ondertussen is Hendrick reeds gestorven en zijn broer, Frans is met de weduwe Margriet Geenkens getrouwd. Na het overlijden van Margriet worden voor de kinderen van Hendrik een aantal voogden (mombaers) aangesteld, hieronder Jan. Deze voogden regelen dat Frans, de stiefvader van de kinderen op de goederen van Hendrick nog 6 jaar mag blijven wonen en volledig mag beschikken over de opbrengsten totdat de kinderen volwassen zijn. Hij moet wel de kinderen en zijn broer Jacop onderhouden. Na deze 6 jaren zal de opbrengst van de goederen verdeeld worden onder Frans en de kinderen. Ook staat Jan toe dat Frans bier mag brouwen in zijn brouwerij: ….dat Frans sal mogen gedingen deze jaeren op sijn brouw getouwen te brouwen…. Dit is de eerste maal dat er sprake is van een brouwerij en deze is eigendom van Jan. Vermoedelijk was deze brouwerij eigendom geweest van hun vader Laurens en heeft Jan deze verworven met de akte van 1585. Opvallend is in dit geval dat ook Frans weet hoe hij moet brouwen. Blijkbaar heeft Laurens de stiel aan zijn kinderen geleerd.
Jan is de meest kapitaalkrachtige van de zonen van Laurens. Dit blijkt uit de akte van 1603, waarin de renten op de originele Laukensgoederen wordt afgekocht. Hier zijn alleen Jan en de kinderen van Hendrik nog eigenaar van deze goederen. Jan betaalt naast zijn eigen deel ook nog het deel van de kinderen. Blijkbaar is Frans na de 6 jaren, vermeld in de akte van 1595, verhuisd. Zijn nieuwe woning is hoogstwaarschijnlijk te situeren in het Ven, daar zijn eigen kinderen de alias Nachtegael dragen. Dit is een stuk grond dat ligt in het Ven.
 
1.   Jan Lauckens
Het verdere verhaal van “den Prins van Luyck”  gaat dus door met Jan en zijn nakomelingen. Dat Jan zelf ook brouwde komen we te weten via het renteregister van pastoor Christiani. Voor het jaar 1618 noteert hij dat Jan Lauckens hem geen renten moet betalen daar hij het afgelopen jaar voor de pastoor bier heeft gebrouwen[4]. Ook hield hij een herberg waar geregeld de schepenbank van Hamont vergaderde. Zo lezen we in de gichten : Op heden 9 aprilis 1621 sijn vergadert ten huyse Jan Lauckens ….[5]Wanneer de Schepenbank in Achel vergaderde gebeurde dit meestal ten huize van Jan Lauckens (ter gewoonlijcke plaetse). Opmerkelijk wordt in die tijd nooit de naam van de herberg vermeld, wel de eigenaar.
Jan was de eerste maal gehuwd met Marijke Joost Boelartz dochter. Zij was de dochter van de pachter van de hoeve op Beverbeek. Hiernaast was hij nog secretaris van de Schepenbank van Hamont en in 1574 gemachtig­de van de heer van Grevenbroek[6]. Hieruit blijkt alweer dat Jan Laukens tot de burgerij van Achel behoorde. Via zijn schoonvader had hij goede connecties met de Schepenbank. Uit dit huwelijk zijn een viertal kinderen gekend, waaronder twee zonen. Na het overlijden van zijn eerste vrouw hertrouwt hij met Heyl N.
 
Afbeelding hiernaast: de grafsteen van Jan Laukens, nog te zien aan de kerk van Achel. De tekst luidt letterlijk: "Hier ligt begraven den eersamen Jan Laukens schepen van Achgel sterft den 15 augusti A° 1678 Godt wil de zie genadigh syn."  (Foto Herman Laukens)
 
 
 
2.   Laurens Lauckens
Het is zijn oudste zoon Laurens die na de dood van Jan de herberg verder uitbaatte. Hij huwde verschillende maal. De eerste maal was hij gehuwd met Marie Josephs. De achternaam van zijn eerste vrouw vonden we in een akte van 6 mei 1643[7]. In deze akte treft Laurens Jans Laukens een overeenkomst met Joseph en Peter Josephs, broers van Marie zaliger, betreffende de erfenis van zijn vrouw, afkomstig van haar vader Hendrick. Marie Josephs was reeds voor 1626 overleden. Want in een akte van 16 december 1626 spreekt men over ….Laurens Lauckens, nu tegenwoordich man van Lijsken Duffels…[8]
Op 27 september 1628 verhuurt Laurens een deel van zijn goederen aan Anthonis Michiels[9]. Anthonis huurt voor zes jaren het erf met de brouwerij op voorwaarde dat het huis door Laurens met twee gebonten wordt vergroot. Dit nieuwe gedeelte gaat dienst doen als schuur. Blijkbaar heeft Anthonis de verbouwingen zelf uit laten voeren en de rekening bij Laurens binnengebracht. Deze rekening wordt opgemaakt op 7 januari 1630[10].Erwerd niet alleen een nieuwe schuur gebouwd, maar ook werd in de brouwerij van alles vernieuwd.Erwerden twee nieuwe deuren geplaatst en het hang en sluitwerk werd vervangen. …Item aen Jan Faber noch betaelt voor haren, ooghen, slot op brouhuys, klencken…..2gl 4st”““. Ook werd er aan het dak gewerkt. …Item aen Jan Didden gegeven van playen, playstocken ende voor arbeytsloon gedaen aent brouwhuys… Verder werd er nog gewerkt aan de brouwinstallatie.  …Item voor twee duysent tychelsteen gecocht tot Peer Yeder 1000 ad 7 - 15 gebruyct tot makingen der ovens ende de schouwen met schouwsteen…. Naast de schuur en het brouwhuis liet Anthonis nog twee paardenstallen heropbou­wen. Naast allerlei vakmensen hebben ook de kinderen van Anthonis Michiels en Jan, de zoon van Laurens Lauckens meegeholpen. Ook hun loon is opgenomen in de rekening. Uit deze rekening kunnen we opmaken dat de brouwerij en het erf nogal verwaarloosd was. Ook blijkt dat de familie Lauckens zich meer bezig hielden met het uitbaten van de herberg en minder met het brouwen van bier. Dit laatste werd door Laurens uitgegeven aan een pachter. In 1618 brouwde vader Jan Lauckens nog zelf bier en hield hierbij ook de herberg open.
Laurens overleeft ook zijn tweede vrouw en trouwt voor de derde maal met Marie N. De achternaam van haar hebben we niet kunnen achterha­len. Uit de drie huwelijken van Laurens zijn ons 12 kinderen gekend.
 
3.   JanLauckens, de schepen
Laurens overleed voor 15 juli 1648. Op die datum[11] gaat zijn weduwe, Marie haar tochte[12] af van het kindsgedeelte van de zoon Jan en dit ten gunste van hem. Als oudste nog in leven zijnde zoon heeft hij het eerstgeborene recht op het huis van zijn ouders, namelijk de herberg. Op dezelfde datum gaat Marie ook nog haar tochte af van 1/5 deel van haar overige eigendommen ten gunste van Jan. Jan gebruikt beide eigendom­men als borg om een tweetal leningen aan te gaan, een van 400 gulden en een andere van 85 gulden[13]. Op 23 november 1650 gaat Marie, weduwe van Laurens Laukens haar tochte af van haar volledige eigendommen en dit weer ten gunste van Jan[14]. Weer gebruikt deze de eigendommen als onderpand om nu een lening van 300 gulden aan te gaan. Waarom Jan al deze leningen aangaat weten we niet. Voor het verkrijgen van deze laatste eigendommen moet Jan aan enkele voorwaarden voldoen. Zo moet hij voor de rest van haar leven zijn moeder onderhouden.  … van alle goet onderhoudt doen, van costen, dranck , lijnen ende wullen[15] haer leeff daegen….“ Ook moet Jan zijn jongste broer onderhouden totdat deze oud genoeg is om zelf een beroep uit te oefenen. … oock onderhalden tot ter tijde toe van bequaem is op een ambacht off anders… Aan Lijn, zijn zuster wordt de kist van haar moeder geschonken.
Ook Jan had goede connecties met de Schepenbank van Hamont. Zijn zuster Margriet was gehuwd met schepen Jacobus Vreijssen[16]. Na het overlijden van Jacobus wordt enkele jaren later Jan zelf benoemd tot schepen van de Schepenbank van Hamont[17]. Dit ambt bekleedt hij tot aan zijn dood in 1678. Nog steeds is zijn grafkruis te zien in de kerkhoftuin rondom de kerk van Achel. Jan was gehuwd met Veronica Wierix. Uit dit huwelijk kennen we 5 kinderen. Het is de oudste zoon Laurens die uiteindelijk de herberg overneemt. Een andere zoon, Winandus is actief in de teutenhandel en vestigt zich te Erkelenz in Duitsland.
Ook in die tijd werd de herberg gebruikt voor allerlei openbare aangele­genheden. Zo werd op 25 januari 1679 de openbare verkoop van het huis en hof van de kinderen van Lambert Smolders en Marie Canten in de herberg gehouden[18]. …van vercoop tegens heden gestelt alhier ten huyse Jan Lauckens zaliger binnen Achell….
 
4.   Laurens Laukens en Petronella Nagelmakers
Laurens werd op 12 november 1649 te Achel geboren. Hij overleed te Achel op voor 1710. … Binnen Achell ten huyse van die weduwe Laurens Lauckens zal. Desen 8e dach des maendts augusti 1710…[19]. Op 30 augustus 1681 huwde hij met Petronella Nagelmakers alias Meyssens, dochter van Laurens Nagelmakers, molenaar van de Venbergse molen te Valkenswaard. Uit dit huwelijk werden niet minder dan twaalf kinderen geboren. Uit de periode dat Laurens de herberg uitbaatte zijn er meer gegevens gekend. Zo vinden we in de Burgemeesterrekeningen van Achel, afhoringen der rekeningen tussen 1683 en 1705 geregeld deze zin: …Aldus gereeckent naer voorgaende Kercke publicatie ten huijse Laurens Lauckens ter presentie van Schepenen… De burgemeesters van Achel vergaderden geregeld bij Laurens. Tijdens deze zittingen werd blijkbaar nogal goed verteerd. Per jaar betaalden de burgemeesters bedragen van rond de 100 gulden voor verteer. Om een idee te krijgen dient gezegd te worden dat in die tijd een gespecialiseerde arbeider ongeveer 1 gulden per dag verdiende. Sommige jaren liep dit bedrag nog hoger op. Zo noteerden de burgemeesters van het jaar 1697 een bedrag van 192 gulden en 7 stuivers[20]. Laurens verdiende niet alleen aan het Achels bestuur, doch ook aan de doortrekkende troepen die in die tijd de streek onveilig maakten. Niet dat deze troepen hun rekening betaalden, doch Laurens werd door het Achels gemeentebestuur vergoed voor de geleden schade. Zo noteerden de burgemeesters van het jaar 1705 in hun rekeningen: … ten huyse van Laurens Lauckens is verteert door parthijen … 564 gulden, 19 stuivers. Wanneer het gemeentebestuur van Achel vreemde arbeiders inhuurde werden dezen in de kost gedaan bij Laurens. …Aen Laurens Lauckens van de cost ende dranck van den leijendeckers ...23 gulden[21]. Ook de schepenbank van Hamont hielden hun Achelse zittingen ten huize van Laurens. Uit al deze gegevens blijkt dat de herberg van Laurens in die tijd de belangrijkste was van Achel. Na de dood van Laurens hield zijn weduwe, Petronella nog lang de herberg open. De laatste vermelding in de burgemeesterrekeningen dateert van 1730. Dit wil zeggen dat zij minstens twintig jaar de herberg uitbaatte. Het is pas in het jaar 1733 dat haar schoonzoon, Christiaen Corstiens wordt vermeld. Deze was gehuwd met Catharina Lauckens, jongste dochter van Laurens en Petronella. Vermoedelijk bleef Petronella bij haar dochter inwonen. Het is tot 1737 dat Christiaen de herberg uitbaatte. Blijkbaar had Christiaen zich in allerlei moeilijkheden gebracht. In een akte van 9 februari 1736 stelt Petronella haar schoonzonen Wilhelmus de Laure en Antoin Janssen aan om alle processen tegen haar schoonzoon Christiaen te volgen[22]. Wilde Petronella hierdoor voorkomen dat de herberg als eigendom van de Laukens familie in gevaar kwam ?     
 
5.   De verkoop
In 1740 was het dan zover. De erfgenamen van Laurens en Petronella verkopen de Laukensgoederen, waaronder ook de herberg “Den Prins van Luyck”. In de verkoopsakte[23] worden in het totaal 22 stukken grond verkocht, waaronder twee huizen. Het klein huisje wordt gekocht door één van de kleinkinderen, nl.: Joannes Janssen, zoon van Antoon en Veronica Lauckens. Het andere huis is de herberg. ….het groot huijs met den hof ende aengelaegh, schueren, brouwerije, ende alle ap en dependen­tien…. Het is Jan Teeuwkens die dit koopt voor 1500 gulden en 60 slagen. De andere stukken worden door verschillende anderen opgekocht. Doch in het zelfde jaar weet Jan Teeuwkens een twaalftal stukken terug te verwerven door naderschap. Dit naderschap wijst erop dat Jan Teeuwkens verwant is aan de familie Lauckens. Dit verwantschap loopt via zijn vrouw Maria Elisabeth Lenaerts. Zij was de dochter van Joannis Lenaerts en Helena Lauckens en kleindochter van Laurens Lauckens en Petronella Nagelmackers. Op 18 januari 1735 huwde ze te Achel met Jan Te(e)uwkens, zoon van Joannes Teeuwkens en Margaretha Vanhees.
Door deze verkoop komt dan in 1740 een eind aan minstens 250 jaar bewoning van de herberg door de familie Lauckens en gaat de eigendom over naar de familie Teeuwkens en verwanten.
 
2.   De familie Teeuwkens
 
a.         Jan Teeuwkens
Deze familie is afkomstig van Neerpelt. Joannes, de vader van Jan trouwde op 8 februari 1687 te Achel met Margaretha Vanhees. Jan werd te Achel geboren op 5 november 1688. Jan baat samen met zijn vrouw de herberg uit. Opvallend is echter dat in die periode de afhoring van burgemeesterrekeningen niet meer door gingen in de Prins van Luyck maar meestal in de herberg van de familie Borghouts, het latere Koeckhofs. Het is ook in het midden van de 18de eeuw dat deze familie Borghouts grote invloed verwierven in Achel. Zij waren verschillende malen burgemeester en verwierven veel gronden in Achel. Vermoedelijk hebben zij ook hun herberg verder uitgebouwd ten nadele van de Prins van Luyck. Dit is misschien ook wel de reden waarom de familie Lauckens hun herberg van de hand deden.
Uit het huwelijk van Jan Teeuwkens met Maria Elisabeth Lenaerts zijn ons zeven kinderen gekend. Vier van deze kinderen sterven jong. Alleen Jan, Petronella en Joanna blijven in leven.
Lang heeft Jan Teeuwkens niet van zijn herberg kunnen profiteren. Op 16 april 1749 sterft hij te Achel. 
Zijn weduwe Maria Elisabeth Lenaerts baatte verder de herberg uit. Want in 1750 wordt de afhoring van de burgemeesterrekeningen weer in haar herberg gehouden: ….ten huyse van de weduwe Jan Teuckens zal[24]
 
b.        Adriaen Piepers
Lang blijft Maria Elisabeth niet alleen. Het uitbaten van de herberg en de opvoeding van haar kinderen is moeilijk alleen op te brengen en op 13 februari 1751 hertrouwt zij met Adriaen Piepers, de gemeenteschrijver. Adriaen werd te Achel geboren op 11 januari 1719 als zoon van Joannes Piepers en Maria Hansen. Uit zijn huwelijk met Maria Elisabeth zijn er drie kinderen gekend, waarvan er één jong sterft. Samen met zijn vrouw baat hij verder de herberg uit. Op 25 januari 1793 komt Maria Elisabeth te overlijden. Uit de Volkstelling van 1796 weten we dat Adriaen nog altijd de herberg uit baat. In de telling staat hij vermeld als herbergier. Wel is hij dan niet meer de eigenaar.
Op 3 juli 1762 gaan Maria Elisabeth en haar man Adriaen Piepers hun tochte af van de herberg ten voordele van Jan Teeuwkens, oudste zoon uit het eerste huwelijk van Maria Elisabeth[25]. Deze afgang van tochte houdt in dat Jan eigenaar van de herberg wordt, doch dat Maria Elisabeth en Adriaen hun levenslang mogen blijven wonen in de herberg. Ook betaalt Jan 1000 gulden aan zijn moeder en stiefvader[26]. Dit geld heeft hij geleend bij Arnold Houben van Leende tegen een rente van 5 % jaarlijks en stelt de herberg als onderpand. Het is in deze acte dat de naam van de herberg voor het eerst wordt genoemd. 
Op 12 februari 1771 heeft Maria Elisabeth Lenaerts afstand gedaan van de rest van haar goederen, afkomstig uit haar huwelijk met Jan Teeuwkens, ten voordele van haar kinderen uit het eerste huwelijk, namelijk. Jan, Petronella en Joanna, gehuwd met Adriaen Ercken[27]. Al deze goederen worden verdeeld onder de drie kinderen. Bij deze verdeling wordt bevestigd dat Jan eigenaar is van de herberg. De beide dochters schenken echter hun verkregen goederen terug aan hun moeder. Jan behoudt echter de eigendom van de herberg.
 
c.         Jan Teeuwkens, junior
Jan huwde op 13 januari 1760 met Maria Kerkhofs van St. Huibrechts-Lille. Hij gaat daar ook wonen en het huwelijk wordt gezegend met vijf kinderen. De familie Kerkhofs was actief in de Teutenhandel en ook Jan gaat zich hiermee bezig houden. Blijkbaar gaat zijn handel niet zo goed. Op 6 februari 1771 geeft hij een hypotheek op zijn goederen in Lille wegens een schuld van 801 gulden voor geleverde koopwaar door de heer Pachalis van Neerpelt[28]. Samen met zijn lening van 1000 gulden bij Arnold Houben wordt de schuldenlast te groot voor Jan. Om een deel van zijn schulden af te lossen verkoopt hij de verschillende stukken grond die hij met de verdeling van 1771 had verkregen[29]. Zijn schoonbroer, Adriaen Ercken weet een deel van de gronden in de familie te houden door het inroepen van naderschap. Ook de herberg doet hij van de hand. Deze verkoopt hij aan zijn minderjarige halfbroer en zuster, namelijk Jan en Adriaentje Piepers voor tweehonderd gulden. Dit laag bedrag is te verklaren doordat de herberg belast is met een hypotheek van 1000 gulden. Het zijn de ouders, Maria Elisabeth en Adriaen Piepers die namens hun kinderen de acte ondertekenen. Ook wordt vermeld dat de ouders hun levenslang het vruchtgebruik van de herberg hebben. Tevens neemt Jan Teeuwkens junior de hypotheek van 1000 gulden voor zijn rekening[30].
Blijkbaar is dit alles nog niet genoeg om zijn schulden in te lossen. Hij verkoopt zijn huis en goederen te Sint Huibrechts-Lille[31] en verhuist naar Luycksgestel.
 
d.        De familie Ercken
De herberg is nu in handen van Jan en Adriaentje Piepers, maar wordt nog uitgebaat door hun ouders die het vruchtgebruik hebben. Jan Piepers overlijdt op 17 augustus 1780 en was niet getrouwd. Adriaentje huwt met Joannes Bartels en ze vestigen zich als landbouwers op de Haag op een boerderij afkomstig van haar grootvader langs vaderskant. Zij ziet af van de eigendom van de herberg en laat deze over aan haar halfzuster Joanna, die gehuwd is met Adriaan Ercken. Hun ouders blijven het vruchtgebruik van de herberg behouden. Spijtig genoeg is de akte waarin deze overgave geregistreerd is nog niet teruggevonden.
Op 25 januari 1793 overlijdt Joanna Elisabeth Lenaerts. Op 18 september 1793 doet Adriaan Ercken het relief voor de schepenbank van Hamont van alle goederen afkomstig van zijn schoonmoeder[32]. Dit relief gebeurt in naam van zijn vrouw Joanna en haar zuster Petronella. Dit wijst erop dat schoonbroer Jan Teeuwkens toen reeds overleden was. Petronella was gehuwd met de schoenmaker Theodoor van Briel en woonde te Amster­dam. Haar man werd zelfs burgemeester van deze stad. Na het overlijden van haar man (voor 1786) kwam ze terug naar Achel en vestigde zich hier als rentenierster. Zij had geen interesse voor de uitbating van de herberg.
Stiefvader Adriaan Piepers blijft verder de herberg runnen. Naast het beroep van herbergier was Adriaan Piepers ook nog sinds 1777 gemeente­schrijver[33]. Opvallend is dat de afhoring van de burgemeesterrekeningen vanaf 1777 weer elk jaar doorgaan in de herberg. In de volkstelling van Achel van 1796 vinden we hem dan ook vermeld als herbergier onder nummer 94. Adriaan Ercken staat in deze volkstelling vermeld als brouwer onder nummer 88. Adriaan Piepers overlijdt te Achel op 21 augustus 1803 in de ouderdom van 80 jaar.
Adriaan Ercken was gehuwd met Joanna Teeuwkens en dit huwelijk kende twee kinderen, Helena en Jan. Helena huwde met de timmerman Mathijs Boermans en Jan trouwde met Joanna Maria Sak, dochter van Nicolaas Sak. Adriaan Ercken overlijdt te Achel op 16 juli 1801.
De kinderen van Adriaan Ercken verkopen op 28 januari 1802 via een openbare verkoop de herberg[34]. Volgens de akte worden het huis, schuur, brouwerij, tuin en aanhangsels , groot 40 are 30 centiare verkocht voor een som van 2400 fr aan Adriaan Gerard van Bouckholt (Van Boe­kel).Tijdens de eerste zitting van de openbare verkoop was het echter Jan Ercken, de zoon van Adriaan, die het hoogste bod uitbracht. Het is echter tijdens de tweede zitting dat hij overboden wordt door Adriaan Gerard van Bouckholt. Niet lang blijft deze echter eigenaar van de herberg en brouwerij. Reeds hetzelfde jaar (19 oktober 1802) verkoopt hij het met winst terug aan Jan Ercken, de zoon van Adriaan[35]. Ook nu staat in de akte vermeld dat het huis met stallen, schuren, brouwerij met alle gebruiksvoorwerpen, verwarmingstoestellen, kuipen en tonnen, tuin en een aangrenzend stuk grond verkocht worden. De koopsom bedraagt 3720 Franse francs. Deze worden betaald met 2280 Franse francs en de rest met 1400 Hollandse gulden. Opvallend in beide koopaktes is het feit dat de herberg nergens vermeld wordt en wel de brouwerij. Vermoedelijk werd met de dood van Adriaan Piepers de herberg gesloten. In die tijd was de herberg van Koeckhofs in volle bloei. We kunnen dus met zekerheid stellen dat de herberg De Prins van Luyck zeker een 200 jaar werd uitgebaat. De brouwerij is een langer leven beschoren. Na het opheffen van de herberg zal de zaak wel nog verder zijn uitgebaat als een drankgelegenheid.
De nieuwe eigenaar is dus nu Jan Erken. Hij is de zoon van Adriaan Ercken en Joanna Teeuwkens. Hij werd te Achel geboren op 1 mei 1774. Op 27 maart 1803 huwt hij te Achel met Jeanne Marie Sak, dochter van Nicolaas Sak en Marie Lucie Huveneers. Uit dit huwelijk zijn er zes kinderen gekend, waarvan er twee zeer jong stierven. Ook Jan Erken heeft niet lang geluk met zijn nieuwe zaak. Hij overlijdt op 16 oktober 1811. Volgens zijn overlijdensakte was hij brouwer van beroep. Ook zijn vrouw overleed jong, namelijk: op 24 januari 1813. Zij laten vier jonge kinderen na. Grootvader Nicolaas Sak en de Overpeltse molenaar Gerard Sevens worden aangesteld als voogd over de kinderen. Deze Gerard Sevens is via zijn vrouw Helena Bloemen nog ver verwant aan de kinderen van Jan Erken. Zijn schoonmoeder Hendrina Lenaerts was de zuster van Maria Elisabeth Lenaerts, de grootmoeder van Jan Erken.
 
e.         De verhuurperiode
Op 7 september 1814 verhuurt Nicolas Sak, in naam van de onmondige kinderen van Jan Erken en Jeanne Marie Sak, het huis, de brouwerij, de tuin en verschillende andere stukken grond[36]. In de Franstalige akte staat het volgende: ....la location publique dune maison et dependance, brasserie, tonneaux, caves …. Opvallend is het dat nergens meer gesproken wordt over de herberg. Alleen de brouwerij wordt nog genoemd. Ook is er sprake van: …d’une pièce de terre labourable située derrière le jardin, nommé den boogaert .… Het geheel wordt voor drie jaar verhuurd aan Marie Helena Groenen, weduwe van Laurent Groenen voor een jaarlijks bedrag van 208,80 franse franks of 180 Luikse gulden. In 1818 huwt Maria Helena Groenen met Nicolas Sak en komt het huis terug vrij.
Op 25 november 1817 wordt het huis opnieuw publiekelijk te huur gesteld[37]. Het is weer Nicolas Sak die in naam van zijn kleinkinderen als verhuurder optreedt. In de akte lezen we: … Tot de publique verhuuring van een huys, met zijne kelders en kamers, schuur, stal, met zijn aenhooringen, aengelegen brouwhuys, ketel, kuypen, vaten en gereed­schap, aengrensende hof, akker & weylanden….   In deze tekst is het gedeelte over de brouwerij doorgestreept. Later in de tekst vinden we het volgt: ... den huurder van het huys kan het gebruyk hebben van het gebouw, genaemt de brouwerij, met uyt zondering van ketel, kuypen, vaten en alle brou gereidschap… Vermoedelijk is in deze periode de brouwerij niet in gebruik als brouwerij. De huurder mag het gebouw wel gebruiken maar niet de brouwgereedschappen en ketels. In de akte vinden we nog een andere bijzondere alinea: … den huurder van het huys zal gehouden zijn de militairen te logeren, karvragten te doen, straeten te repareren en beecken te zuyveren en alle andere corveën …. De huurder moet dus instaan voor het logeren van militairen. Is dit misschien de reden waarom we niets meer vinden over de herberg sinds 1802. Het is de periode van de Franse bezetting en Achel was een grensgemeente waar heel zeker een aantal Franse soldaten ondergebracht waren. Na 1815 worden de Fransen verjaagd en vervangen door Hollandse troepen. Vermoedelijk hebben deze militairen de kamers van de herberg bezet.
De nieuwe huurder van de gebouwen en gronden is PeterJan Sak, oom van de kinderen jan Erken. Deze Peter jan Sak werd later onderwijzer, koster en orgelist. Hij was de vader van de later bekende meester Sak. Hij huurt alleen het huis, de tuin en den Boogaert voor 46,40 franken of 21,19 gulden per jaar. Zij huur duurt slechts drie jaar.
Op 28 september 1820 heeft er weer een publiekelijke verhuring van de gebouwen en gronden plaats. Nu treedt echter niet Nikolaas Sak als voogd op. Hij overleed op 28 maart 1820 te Achel. In deze akte[38] is het Gerard Sevens, molenaar te Overpelt, die optreedt voor de onmondige kinderen van Jan Erken. Ook in deze akte staat vermeld dat de huurders gebruik mogen maken van het gebouw genaamd de brouwerij. Ze mogen echter de kuipen, vaten en brouwgereedschap dat zich daar bevindt niet gebruiken, alleen maar het gebouw. Verder staan de huurders in voor het onderhoud van een deel van de muren: … zij zullen oock de leeme wanden onderhouden & repareeren tot aan den ondersten rijband…. Hier kunnen we dus uit opmaken dat het huis een lemen huis was. Deze verplichting om het onderste deel van de muur te onderhouden vindt men dikwijls terug in verhuringen van lemen gebouwen. Het is juist dit deel van het gebouw dat het meeste te lijden heeft van de regen en dus geregeld gerepareerd moet worden. Met de onderste rijband wordt de houten laag onder de ramen bedoeld.
De alinea over het logeren van militairen ontbreekt in deze akte. Wel is de huurder verplicht om alle corveeën die het gemeentebestuur oplegt uit te voeren.
In eerste instantie is het Mathijs Boermans, timmerman die de huur van het huis en aangelegen gronden verwerft. Hij is de oom van de onmondige kinderen. Hij was gehuwd met Helena Erken, de zuster van Jan. De rest van de percelen wordt in eerste instantie verhuurd aan Francis van Hoof. Doch al deze verhuringen gaan niet door , daar Maria Helena van Gerven, weduwe van Laurent Groenen en van Nicolaas Sak een bod doet op de hele massa en zo de verhuring verwerft. Het totale huurbedrag is 51,20 gulden per jaar. Deze huur duurt zes jaar.
In 1826 is het weer zover. Opnieuw wordt het huis en gronden publiekelijk verhuurd. Weer is het Gerard Sevens die optreedt als voogd voor de minderjarige kinderen. Ook in deze akte[39] staat dat de huurder de lemen wanden tot aan de onderste rijband moet onderhouden. Wel wordt er nergens melding gemaakt van de brouwerij. Vermoedelijk werd de brouwerij niet meer gebruikt. Weer is het Mathijs Boermans die een bod doet op de huur van de woning en op enkele percelen grond. Voor de andere stukken doet PeterJan Sak een bod. Uiteindelijk is het deze laatste die een algemeen bod doet op alles. Hij huurt het geheel voor 49,32 gulden jaarlijks. Volgens de akte is hij onderwijzer te Achel. Deze verhuring duurt drie jaar.
 
f.          De verkoop
In 1829 zijn de beide kinderen van Jan Erken en Joanna Maria Sak meerderjarig. Beiden vertrekken uit Achel. Helena gaat werken als dienstmeid te Liempt in Noord-Brabant. Zij huwt met Hendrick Ter Meer, looier te Boxtel. Haar broer, Joannes is naar Antwerpen getrokken, waar hij het beroep van timmerman uitoefent. Vermoedelijk heeft hij dit beroep geleerd bij zijn oom, Mathijs Boermans. Zij besluiten om hun goederen te Achel te verkopen. Zo verkopen ze op 18 februari 1829 een stuk akkerland aan Catharina Janssen, dochter van Michiel Janssen[40]. Later dat jaar, op 19 augustus wordt de rest van de goederen openbaar verkocht. De verkoop loopt in twee delen. Eerst worden alle percelen afzonderlijk verkocht. Daarna heeft men de kans op een bod te doen op de gehele massa.
Zo wordt het huis in eerste instantie verkocht aan Pieter van Weerd uit Leende. Hij biedt 305 gulden.
De andere stukken worden respectievelijk verkocht aan Jan Francis Houtain, Jan van den Hout, Jacoba van Poppel, Hendrik van Helden en Francis de Lauw voor de totale som van 244 gulden. Dit geeft een totaal van 549 gulden voor alle goederen van de kinderen van Jan Erken.
Tijdens het tweede deel van de verkoop biedt Peter Simkens 705 gulden voor alle goederen samen. Daar dit bedrag hoger is dan de afzonderlijke verkopen samen, wordt Peter Simkens de eigenaar van alle goederen.


Wie is deze Peter Simkens eigelijk ? Hij werd op 30 maart 1790 geboren te Kaulille als zoon van Jozef Simkens en Agnes Cardinaels. Zijn ouders komen in het begin van 1800 wonen op het Hamonter Beverbeek. Hij huwt op 26 juni 1828 te Achel met Joanna Janssen. Op 28 januari 1860 overlijdt hij te Achel. Hoelang hij eigenaar is geweest van “den Prins van Luyck” hebben we niet kunnen achterhalen.
 
g.        En terug Teeuwkens
Hoe lang Peter Simkens eigenaar is geweest weten we niet. Wel weten we uit een verkoopsakte van een weide te Achel[41] uit 1843 dat Jan Teeuwkens op dat moment eigenaar is van de herberg. Ook leren we uit deze akte dat de herberg terug in gebruik is. Wanneer en voor welke notaris de verkoop van de herberg door Peter Simkens aan Jan Teeuwkens is geschied hebben we niet teruggevonden. Een uitgebreide studie van alle notarissen hier in de streek kan ons hierin verder helpen. Wie is nu de nieuwe eigenaar?
Zijn volledige naam is Joannes Franciscus Teeuwkens. Hij werd geboren op 2 augustus 1784 te Luyksgestel, als zoon van Jan Teeuwkens en Petronella Groenen. Hier duikt weer een oude bekende op, namelijk vader Jan Teeuwkens. Dit is niet meer of minder dan Jan junior. We vermoeden dat zijn eerste vrouw, Maria Kerkhofs rond 1771 overleed. Het is ook in deze periode dat hij al zijn goederen te Achel en St. Huibrechts-Lille van de hand doet. Op 15 augustus 1773 huwt hij te Luyksgestel met Petronilla Groenen. Hij overlijdt te Luyksgestel in 1786. Dat het hier wel degelijk om Jan junior gaat kunnen we opmaken uit het feit dat bij de geboorte van enkele van zijn kinderen zijn halfzuster Adriaantje Piepers en zijn halfbroer Joannes Piepers optreden als doopgetuigen[42].
Zoon Joannes Franciscus trouwt op 20 november 1835 te Achel met Maria Anna Verweijen van Borkel en Schaft, dochter van Jan en Petronella Bats. Dit huwelijk telde twaalf kinderen waarvan er acht jong stierven. Hij overlijdt op 23 december 1869 te Achel. De juiste overlij­densdatum van zijn vrouw vonden we niet maar we veronderstellen dat ze reeds in 1878 overleden was.
Vanaf 1845 kunnen we gemakkelijk de verdere geschiedenis van de Prins van Luyck volgen. Vanaf 1845 werden alle eigendomsveranderingen van gronden genoteerd in het Kadaster. Achel werd in drie secties opgedeeld, nl. A, B en C. Elk stuk grond kreeg een nummer. Zo zijn de nummers van de Prins van Luyck en omliggende gronden C222 , C223 en C224.
C 222 : Tuin
C 223 : werd in twee gedeeld: C 223 = huis en C 223bis = huis
C 224 : boomgaard
Blijkbaar werd de herberg los gezien van de woning van de eigenaar. C 223 was de herberg en C 223bis het huis van de eigenaar. In 1851 wordt het herberggedeelte verbouwd. Tot aan zijn dood op 23 december 1869 baat Jan Franciscus de herberg uit.
 
h. De laatste generatie Teeuwkens
In 1871 worden de eigendommen in het kadaster overgeschreven op de erfgenamen Jan Teeuwkens.
Vermoedelijk is dan moeder Maria Anna Verweijen reeds overleden. In 1878 worden de herberg en de omliggende gronden onder de dan nog in leven zijnde zonen verdeeld.
C 222:            de tuin blijft gezamenlijke eigendom van Peter Adriaan en Jan Francis Teeuwkens.
C 223: de herberg wordt eigendom van Peter Adriaan.
C 223 bis: het woonhuis wordt eigendom van Jan Francis
C 224: eigendom van Peter Adriaan.
Peter Adriaan Teeuwkens wordt te Achel geboren op 2 juli 1838. Hij huwt met Maria Barbara Bremans, dochter van Jan Theodoor en Maria Gertrudis Stals. Het huwelijk telt vier kinderen, waarvan er twee jong sterven. Peter Adriaan is gemeenteontvanger van beroep en overlijdt op 20 november 1882 te Achel.
Jan Francis wordt geboren op 11 november 1849 te Achel. Hij wordt priester gewijd en wordt kapelaan te Genk en later pastoor te Paal.
Het is de vrouw van Peter Adriaan, Maria Barbara Bremans die de herberg uitbaat. In de leggers van het kadaster wordt zij vermeld als herbergierster.
In 1888 worden beide huizen verkocht. Het woonhuis (C 223bis) dat eigendom is van Jan Francis wordt verkocht aan zijn schoonbroer, de Overpeltse koperslager Jacobus Vanlindt. Deze blijft tot in 1904 eigenaar van het huis. In dit jaar brandt het af en wordt dan verkocht aan Jan Gerard Theodoor Martens, brouwer te Bocholt.
De herberg (C 223) wordt ook in 1888 verkocht aan Dominicus Vandenhoudt, schoolmeester van beroep. Deze behoudt de herberg tot in 1903 wanneer hij hem verkoopt aan brouwer Martens van Bocholt. Deze brouwer slaagt erin om in 1904 ook nog de andere twee stukken grond te kopen en zo weer alle stukken te verenigen.
Hier in 1904 beëindigen we de bewoningsgeschiedenis van de herberg “de Prins van Luyck”. Met zekerheid kunnen we zeggen dat deze herberg dienst heeft gedaan vanaf 1585 tot 1904, een goede 300 jaar. Waarschijn­lijk was ze echter reeds in het begin van de jaren 1500 in gebruik, dus een goede 400 jaar. Op deze 400 jaar zijn het echter slechts twee, aan elkaar verwante families die de eigenaar waren van de herberg, namelijk Laukens en Teeuwkens. De herberg kende zijn gloriedagen in de 17de en begin 18de eeuw. Vanaf het midden van de 18de eeuw ging het dan bergaf en werd “den Prins van Luyck”  in belangrijkheid voorbij gestreefd door hotel “Koeck­hofs”. Heden ten dage is er dan ook geen enkel spoor meer over van deze belangrijke herberg.


[1] Mathieu Schuurmans, Een oude Achelse familie in Grevenbroeker Echo=s, nr. 40, blz. 36-39
[2] Gichten van Grevenbroek, register 24, folio 98r
[3] Gichten van Grevenbroek, register 27, folio 161v
[4] Renteregister van pastoor Christiani, folio 4v
[5] Gichten van Grevenbroek, register 27 folio 206v
[6] Gichten van Grevenbroek, register 23, boek 2 folio 135v
[7] Gichten van Grevenbroek, register 31, folio 337v
[8] Gichten van Grevenbroek, register 28, folio 117v
[9] Gichten van Grevenbroek, register 28, folio 224v
[10] Gichten van Grevenbroek, register 28, folio 286v en 287r
[11] Gichten van Grevenbroek, register 32, folio 132r
[12] Haar tochte afgaan = afstand doen van haar goederen ten voordele van de kinderen
[13] Gichten van Grevenbroek, register 32, folio 132r
[14] Gichten van Grevenbroek, register 32, folio 196v
[15] Lijnen en wullen = linnen en wollen = kleding
[16] Schepen tussen 1651 en 1661 in opvolging van Henricus Michiels
[17] Schepen tussen 1666 en 1678
[18] Gichten van Grevenbroek, register 36, folio 341v
[19] Burgemeestersrekeningen van Achel, afhoring der rekeningen
[20] Burgemeestersrekeningen van Achel, folio 91r
[21] Burgemeestersrekeningen van Achel, folio 152v
[22] Gichten van Grevenbroek, register 44, folio 53v
[23] Gichten van Grevenbroek, register 45, folio 82r tot 85r
[24] Burgemeestersrekeningen van Achel, afhoring der rekeningen, folio 542r, 6 februari 1750
[25] Gichten van Grevenbroek, register 51, folio 116v
[26] Gichten van Grevenbroek, register 51, folio 117v
[27] Gichten van Grevenbroek, register 52, folio 255v tot 256v
[28] Gichten van Grevenbroek, register 52, folio 253v
[29] Gichten van Grevenbroek, register 52, folio 264v tot 267r en 271r
[30] Gichten van Grevenbroek, register 52, folio 257r en v
[31] Gichten van Grevenbroek, register 53, folio 35r tot 36r
[32] Gichten van Grevenbroek, register 56, folio 235v
[33] Gichten van Grevenbroek, register 53, folio 231v
[34] Notaris Verachter, l=an 10, nr. 168
[35] Notaris Verachter, l=an 11, nr. 11
[36] Notaris Adrien Spaas, 1814, nr. 126
[37] Notaris Adrien Spaas, 1817, nr. 187
[38] Notaris Adrien Spaas, 1820, nr. 156
[39] Notaris Adrien Spaas, 1826, nr. 83
[40] Notaris Adrien Spaas, 1829, nr. 27
[41] Notaris Michiel Spaas, 1843, nr. 544
[42] SRE, Eindhoven