De Verenigde Oost-Indische Compagnie - de eerste "multinational"

Na de val van Antwerpen (27 augustus 1585) en de afsluiting van de Schelde trokken heel wat kapitaalkrachtige Antwerpenaars en intelligentia naar het Noorden. Zij gaven mee de aanzet tot de gouden eeuw, waarin de Nederlanden uitgroeiden tot een van de machtigste en rijkste naties van de toenmalige wereld.

Basis van deze rijkdom was de overzeese handel: In de zeventiende eeuw werden de Nederlanden de toonaangevende handelsnatie. Ze zouden die positie gedurende twee eeuwen weten vast te houden.

Waar de specerijenhandel in de zestiende eeuw nog vooral een zaak van de Portugezen was, namen de kooplui uit de Nederlanden die handel over. Oorspronkelijk werd er projectmatig gewerkt: verschillende kapitaalverstrekkers richtten een compagnie op met als doel een expeditie uit te voeren.  Na verloop van de expeditie werden de schepen verkocht en werd de compagnie terug ontbonden,  De vele verschillende compagnieën die deze expedities op het getouw zetten, beconcurreerden elkaar hevig, wat in feit in de kaart speelde van de buitenlandse handelaars.  

Zich bewust van het gevaar dat deze versnippering van krachten met zich mee bracht, dwong de Staten-Generaal - de bestuurders van de Republiek der zeven Verenigde Nederlanden -  de elkaar beconcurrerende compagniën om een samenwerkingsverband op te zetten. De Verenigde oostindische Compagnie (VOC) werd opgericht op 20 maart 1602. De VOC kreeg het monopolie op de specerijenhandel (kruidnagel, nootmuskaat, foelie, kaneel.. ). Later kwam daar ook koffie, thee, porselein en textiel bij.

De VOC had zeer verregaande bevoegdheden: niet alleen had de organisatie een handelsmonopolie, maar ze verkreeg ook het recht om namens de regering militair op te treden! Vandaar dat we aan boord van de schepen van de VOC niet alleen bemanning en personeel van de VOC , maar ook een grote groep soldaten aantreffen. Die soldaten waren niet in dienst van de overheid, maar werden rechtstreeks door de VOC aangeworven! De lotgevallen van de gebroeders Laurentius en Hendrik Laukens illustreren dit.

De VOC werd geleid door de "Heeren zeventien", een college dat gekozen werd uit de belangrijkste participanten van de zes regionale kamers waaruit de VOC bestond, min of meer in verhouding tot de kapitaalsinbreng in het geheel.

Door haar monopolie, en door de zeer verregaande macht groeide de VOC uit tot de eerste "multinational", de grootste handelsonderneming van de 17de en de 18de eeuw. Op het einde van de achttiende eeuw kreeg de VOC te maken met een toenemende concurrentie van Engeland en Frankrijk. De dalende winstmarges maar ook de corruptie binnen de organisatie betekenden in 1798 het einde van een onderneming, die tweehonderd jaar had bestaan.

In die twee eeuwen werden er 4.721 schepen uitgezonden naar Azië, waarbij 973.000 Europeanen naar het Verre Oosten werden gebracht. Heel wat schepen bleven in het Oosten om ingezet te worden in de handel binnen Azië. Er werden dan ook "slechts" 3.356 terugvaarten georganiseerd, met een totaal van 366.900 Europeanen.

Het meest gebruikelijke en grootste schip was het spiegelretourschip, dienstig voor het transporteren van zowel goederen als mensen. Het was een schip dat tussen de 130 en de 170 voet mat (36.8 tot 48.11 meter), met een tonnemaat van gemiddeld zo'n 800 ton.

Replica van het spiegelretourschip Amsterdam aan het Nederlands Scheepvaartmuseum in Amsterdam. Het schip meet 1100 ton, vergelijkbaar met de Teilingen. Bron: Wikipedia, auteur S.Sepp. Klik op de afbeelding voor de link naar het origineel.
 

De Constantia, waarmee Laurentius Laukens naar Batavia voer, was 880 ton groot, en had bij het vertrek 231 mensen aan boord, waarvan 75 soldaten. De reis duurde zeven maanden.

De Teilingen, waarop Hendrik Laukens vijf jaren vroeger aanmonsterde, was groter: Het schip mat 1150 ton, en bij het vertrek waren er 344 personen aan boord, waarvan 116 soldaten.  De Teilingen arriveerde  na 5 maand op Kaap de Goede Hoop, en deed er nog eens twee maanden om Batavia te bereiken. Hendrik Laukens was er toen al niet meer bij, hij was overleden in Kaapstad....

De nederzetting  aan de Kaap werd gesticht in 1652 door Jan van Riebeeck in opdracht van de VOC. Klik op de afbeelding voor uitvergroting en meer details.

Een dergelijke reis moet inderdaad geen pretje geweest zijn. Stel u voor: enkele honderden mensen op een schip van  zo'n  40-50 meter, maanden op elkaar gepakt in een benauwde ruimte (de soldaten verbleven op het tussendek, waar er geen mogelijkheid was om recht te staan). De voeding was slecht, en de hygiënische omstandigheden waren naar onze normen rampzalig. Geen wonder dat zovelen nooit het einddoel te zien kregen!